Onze club werd gesticht in 1971
Eerst een woordje over de LWT-voorzitters: Tijdens de voorbije 42 jaar van 1971 tot vandaag heeft onze club in feite maar 3 voorzitters gekend:
Van 1971 tot 1974: Julien Scheut, die inmiddels reeds lang is overleden
Van 1975 tot 1980: Jacky Vanderrusten
Van 1981 tot vandaag: ikzelf dus over een periode van 32 jaar.
Hierbij een kleine toelichting: onze 2e voorzitter Jacky Vanderrusten was voorzitter geworden van de LWT, maar fietste dus helemaal niet. Maar hijzelf, advocaat Hans Verbaanderd en apotheker Marc Theunissen, die kwamen na elke bestuursvergadering naar ons lokaal in de zaal De Jonge Deken omstreeks 23 uur
. Het was toen de gewoonte dat wij na de bestuursvergadering nog een stapje in de wereld zetten en dat wij met enkele bestuursleden pas om 4-5 uur ‘s morgens thuis kwamen. In die tijd was er van alcoholcontroles nauwelijks sprake en kon er in het slechtste geval nog iets geregeld worden, als u begrijpt wat ik bedoel. Jacky werd eerst feestbestuurder en later voorzitter.
Nu graag een woordje over de LWT-fietsreizen. Ik heb in al die jaren fantastische momenten beleefd tijdens die uitstappen. Ikzelf heb qua organiseren de laatste jaren de rol wat gelost, maar daarvoor was ik organisator of mede-organisator van 11 LWT-reizen, van 14 LWT-trektochten, van 3 clubkampioenschappen, van 2 droppings en voor de anciens tussen ons van de beruchte 10 Winterspelen in de jaren 70.
Van de 31 grote Lwt-fietsreizen die de club heeft ingericht heb ik er maar 3 gemist en eerlijk gezegd dat waren stuk voor stuk pareltjes. Al die uitstappen had ik voor geen geld van de wereld willen missen.
Voor mij persoonlijk was Compostela in 1991 de allermooiste en was Hongarije in 1995 de allerzwaarste. Persoonlijk zou ik nog in de top 5 vermelden: in 2001 Tsjechië, in 2005 Sanary sur Mer aan de Azurenkust, in 2012 Zuid-Afrika en in 2013 De Provence.
Het meest originele restaurant ooit was l’Auberge de l’ Ane in de Auvergne in 2001. Weet je nog daarboven in de Auvergne waar men maanden op voorhand moest reserveren en waar er maar 2 gerechten waren: eerst canard en daarna de fameuze kaasschotel.
Bij de 3 mooiste hotels vernoem ik het hotel in La Bresse in de Vogezen in 1992, in 2001 het hotel in Telc in Tsjechië en natuurlijk vorig jaar de hotels in Zuid-Afrika met als hoogtepunt het hotel in Knysna .
Het van het qua hotel was zonder twijfel het hotel in Champagne sur Seine tijdens onze reis naar Compostela in 1991. Dat hotel was voor de helft afgebroken, aan de WC’s waren er geen deuren meer en de electriciteitsdraden hingen los aan het plafond. Wij kregen dan een originele barbecue met als brandhout de afgebroken verniste binnendeuren. Maar we hebben ons daar echter fantastisch goed geamuseerd.
De zwaarste col die ik heb gedaan is toch wel de Puy de Dome in de Auvergne. De venijnigste col, zonder daarom bekend te zijn, was de col de Saint Thomas ook in de Auvergne. Deze col was maar 930 meter hoog en slechts 5km lang, maar daar lag een stuk in van 17% en de laatste 2km hadden een gemiddelde van 11%. Boven op de top kregen wij daar een echte wolkbreuk op ons vel
en moesten wij de afdaling doen terwijl het water in beken over de straat stroomde. Alleen al van die reizen zou ik een boek kunnen schrijven.
Dan komen wij bij de 15 fameuze playbacknummers die wij ieder jaar uitvoerden op de ledenfeesten van midden de jaren 70 tot midden de jaren 90. Niet alleen de uitvoeringen op het feest zelf maar ook het maken en het passen van de kostuums en de repetities waren onvergetelijke momenten.
Maar er was natuurlijk niet alleen amusement, want in al die jaren hebben wij ook hard gewerkt en vele uren geklopt om het status te bereiken die onze club vandaag kent.
En zo komen wij automatisch terecht bij het smulfestijn. De eerste smulfestijnen gaven wij waterzooi. Dit had een ongekend succes , maar was zo arbeidsintensief dat wij verplicht waren over te schakelen naar ons huidig systeem. Ik heb dan samen met Joske Peemans de huidige formule ontworpen. Om nooit te vergeten is de avond dat Joske Peemans mijzelf en Jacqueline bij haar thuis had uitgenodigd om ons een drietal weken voor haar overlijden wegens kanker, alles uit te leggen hoe en met welke ingrediënten de gerechten moesten klaar gemaakt worden. Bovendien had zij dat allemaal ook op papier gezet.
Ik heb alle 38 smulfestijnen meegemaakt en in al die jaren alle dagen meegewerkt van donderdagmorgen tot maandagnamiddag. Graag zou ik volgend jaar voor de eerste keer komen eten als klant.
De huidige smulfestijnen zijn trouwens niet meer te vergelijken met de smulfestijnen van de jaren 70-begin de jaren 80. Toen werden ’s zaterdags omstreeks 22u30 de tafels opzij geschoven en werd er gedanst tot 3 -4 ’s morgens. En dan zondagmorgen opstaan om 7uur om opnieuw te beginnen werken.
Over gans die periode kan ik qua vergaderingen toch ook indrukwekkende cijfers voorleggen. Als ik alles samen tel van bestuur, technisch bestuur en Algemene Vergaderingen dan kom ik op een totaal van ongeveer 650 vergaderingen. En de overige bestuursleden kunnen het bevestigen dat ik geen 5 vergaderingen heb gemist.
Dan nog een woordje over ons brevet Dwarsdoor de Geuze en Lambiekstreek.
Met mijn vriend Claude Januarius heb ik jaren lang dit brevet gepijld over de 3 afstanden 50, 75 en 100km. Daarenboven heb ik ook de fameuze 200km van ons brevet Leeuw-Koppenberg-Leeuw gepijld. Omdat pijlen op het wegdek volgens de verkeersreglementen niet is toegelaten, vertrokken wij daarom om 20u ’s avonds en kwamen wij terug thuis omstreeks 4 uur ’s morgens.
Later zijn wij met de inrichting van deze brevetten gestopt om de eenvoudige reden dat onze rijdende leden absoluut niet geïnteresseerd waren in het rijden van brevetten bij andere clubs. Het gevolg was dat die andere clubs dan ook niet meer bij ons kwamen fietsen.
Het systeem dat wij hebben ontwikkeld met 10 verschillende ploegen, met 10 omlopen, met baankapiteins, volgwagens en reservewielen is toch wel een unicum in de wereld van het wielertoerisme in België. Ik ben ervan overtuigd dat dat wij de enige club zijn in België die deze mogelijkheden biedt iedere zondagmorgen.
Laat één ding duidelijk zijn: dat de LWT een succesverhaal is geworden is te danken aan de inzet van vele mensen. In de eerste plaats de bestuursleden zowel van het hoofdbestuur als het technisch bestuur.
Maar bovendien heeft onze club ook steeds beroep kunnen doen op de medewerking van vele niet-bestuursleden. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de fietsreizen, het smulfestijn, de baankapiteins, de volgwagens enz…….
Na deze Algemene Vergadering geef ik dus de fakkel door aan mijn opvolger Erik Dannau. Ik ben ervan overtuigd dat onze club in goede handen zal terecht komen en dat wij nog jaren ons succesverhaal kunnen verder zetten.
Ik zal nog verder helpen waar nodig en bovendien de protocollaire functie van erevoorziiter uitoefenen. In samenspraak met Erik zal ik de club nog blijven vertegenwoordigen op begrafenissen, eetfestijnen, tentoonstellingen enz……..
Ik zou willen besluiten met te zeggen dat ik bij de LWT , niet alleen als voorzitter maar ook als rijdend lid, fantastische tijden heb beleefd met 99,5% hoogtes en 0,5% laagtes.
Ik heb veel gegeven maar ook ontzettend veel teruggekregen.
Ik dank u voor uw aandacht.

